Thijs van Leer, de warmste dag sinds april…

De warmste dag sinds april in een zonovergoten tuin na een rampzalig grijze zomer
Thijs van Leer

Ik speelde rond mijn twintigste als acteur in een toneelstuk van Webster bij de AVSV voor een productie in een nieuw te openen theater op de Raamgracht, ‘Theater en Ronde’. Ik speelde een hoofdrol -de beul- en ik moest de Hertog, de zwangere Hertogin en de Kardinaal doden. Wij repeteerden dat stuk in Felix Meritis te Amsterdam, en daar kreeg ik de tip van een vriendin: Je moet Ramses Shaffy eens bellen. Ramses had voor zijn nieuwe project Shaffy Chantate al twee meisjes en twee jongens geauditeerd als een soort ‘The Mamas & The Papas’ en dienovereenkomstig gekleed, je weet wel: Flower Power, Make Love not War. Desondanks belde ik hem alsnog op met de gotspe: ik denk dat ik bij uitstek geschikt ben voor uw groep, waarop Ramses antwoordde: Nou kom dan maar direct, je hebt een half uur.

Ik had hem net twee maanden daarvoor nog gezien tijdens zijn  allerlaatste Shaffy Chantant in de kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Ik dacht toen: Dit is totaal-theater, avant la lettre, iets dat in Nederland nog niet bestond; Ramses met z’n bretels en Liesbeth in het lang met een Frank Govers creatie. Kortom: alles was organisch, ingrijpend en wezenlijk evolutionair, en niet revolutionair, maar het zag er wel revolutionair uit! Het was een exponent van wat toen kunstzinnig was in Amsterdam. Er was maar één ongekroonde Koning in Amsterdam en dat was Ramses Shaffy, die zich dat uiteraard liet welgevallen omdat hij dat ook wel wist, maar het werd verder niet uitgesproken.

The Mamas and the Papas werden uiteindelijk Sylvia Alberts, Marjol Flore, Eelko Nobel en mijzelf.

Platenhoes 'Shaffy Chantate', 1968. Bron: website www.fonos.nl

Platenhoes ‘Shaffy Chantate’, 1968. Bron: website www.fonos.nl

Het hele Shaffy-zaaltje op de bovenste verdieping van Felix Meritis werd in Flower Power stijl ontworpen door Olof Smit en door ons en met een team gebouwd en geverfd. Ramses had al zijn mooiste liedjes, denkend aan the Mamas and the Papas, voor ons geschreven voordat zijn eigen Tour de Chant af was. Marjol was natuurlijk Mama Cass. We gingen repeteren op de Prinsengracht in het zolderstudiootje van Thijs Chanowski en Loek de Levita, waar de Fabeltjeskrant werd geproduceerd. Daar stond een vleugel en er was opnameapparatuur aanwezig. Tijdens onze koor- en kwartetrepetities ontstond de meerstemmigheid vanzelf; oftewel de arrangementen werden instant geboren. Later speelde ik wat sfeertjes op het Philicorda orgel en op de fluit. Louis was op zich al zo vol en barok, een belevenis elke avond weer en ook elke avond weer anders. Het heeft een dik jaar gespeeld totdat Ramses besloot er mee te stoppen. Dit was op het moment dat er nog per avond tien mensen terug werden gestuurd in plaats van veertig. Hij zei: ‘Ik wil het niet zien tanen’, met als gevolg dat het van de ene op de andere dag over was. Dat was voor mij de aanleiding om per direct een trio te beginnen. Tegelijkertijd werden Eelko, Sylvia en ik ingehuurd bij Zomaar een Zomeravond van Vara’s Koos Postema, om muzikaal in te haken op het actuele nieuws destijds. Eelko is in 1991 bij een motorongeluk in Nieuw-Zeeland omgekomen.

Het trio begon bij de NCRV met het dichtersprogramma Sjook van Theo Stokkink. Wij speelden geïmproviseerde achtergrondmuziek tijdens de voordracht van dichters die uit eigen werk voorlazen. Dit onder de noemer van ‘Jazz & Poetry’. Voorts werden we uitgenodigd om Linda van Dijk te begeleiden in Davos en Shirley Zwerus tijdens het Hartewens festival te Haarlem. Wij besloten toen onze naam om te dopen in FOCUS. Het trio bestond uit Martijn Dresden, basgitaar –naar alle waarschijnlijkheid al jaren geleden overleden-, Hans Cleuver op drums en mijzelf op Hammondorgel.

Shaffy Verkeerd was het derde programma van Ramses dat net als het voorgaande programma in de Shaffyzaal, nu onderdeel van het Shaffy Theater, ging spelen. Ramses was bezig met een eenakter voor twee mannen samen met Lex Van Delden Junior. Daaromheen wilde hij ‘een gebeuren’ met zowel het Trio Louis van Dijk als het Trio Thijs van Leer. Ik mocht McArthur Park zingen en verder deden Loesje Hamel, Anneke Grönloh, Natascha Emanuels, Sylvia Alberts, Marjol Flore en vele andere gasten mee.

In 1969 begeleidde het trio Ramses tijdens het Holland Festival in het Concertgebouw te Amsterdam samen met het Metropole Orkest onder leiding van Dolf van der Linden met arrangementen van Rogier van Otterloo. Martijn Dresden, kleinzoon van de beroemde Sem Dresden, stelde voor dat we nog een gitarist nodig hadden. Hij stelde Jan Akkerman voor. Jan kwam in het Shaffytheater om met ons te jammen op uitnodiging. Tijdens deze sessie kwam John van Setten, destijds manager van Brainbox (waar hij toen speelde) het repetitielokaal binnen met de mededeling: ‘Jan, je ligt eruit!!!!’ ‘Nou’ zei Jan: ‘Ik mag mijzelf en jullie feliciteren want ik zit erbij’.

Focus als kwartet met als tweede van links Thijs van Leer

Focus als kwartet met als tweede van links Thijs van Leer

Toen waren we dus een kwartet.

In 1970 maakten we als begeleidingsband met Ramses de single The Shrine of God met Watch the ugly people en een LP Sunset–Sunkiss. De rest van Focus is geschiedenis en valt buiten het Shaffy-gebeuren.

Tot slot zou ik willen zeggen: Mijn vader was in de eerste plaats mijn muzikale inspirator die mij ook fluit heeft leren spelen en bijna al het andere op mijn vakgebied heb ik later van Ramses geleerd. Een prachtig en belangrijk advies van hem was dat je tijdens je opkomst, in alle rust of onder spanning, altijd één keer diep moet inademen om de sfeer van je publiek te inhaleren alvorens te beginnen. Ik zal mij Ramses altijd blijven herinneren als één van mijn meest dierbare grote vrienden, waar ik deels zo hoog tegenop keek, dat, als hij me toesprak, ik bijna altijd een beetje zenuwachtig werd terwijl onze vriendschap tegelijkertijd zo dichtbij en teder was. Deze vriendschap is altijd gebleven zonder ooit één onvertogen woord of spanning tussen ons. Ik ben blij dat we zo’n grootheid hebben/hadden in ons midden. Groter dan hij heeft nooit bestaan en dat zal ook niet meer komen en dat hoeft dan ook niet, want hij was het al. Om de grootste Nederlandse zanger te zijn moet je dus kennelijk half Egyptisch zijn, een kwart Russisch en een kwart Frans. Zoals Brel -een Vlaming- en Aznavour -een Armeniër-, de grootste Franstalige chansonniers waren.